Recensies

De geis vaan Mestreech

Recensie uit Dagblad De Limburger van dinsdag 12 april 2016.

 

Moderne operette verplettert

Je verwacht grote decorstukken, oogverblindende kostuums, traditionele liefdesperikelen en een afsluiting met een gemaskerd bal en een overmaat aan champagne. Bij deze Maastrichtse versie van La grande-duchesse de Gérolstein van Jacques Offenbach is het roer helemaal omgegaan. Bijna geen decor, geen glamour, geen liefdesverhaal of gemaskerd bal. Hedendaagse verhalen in het Maastricht van nu. Regisseur Cees Rullens zorgde voor de geheel nieuwe aanpak, Phil Dumoulin maakte er de passende teksten bij. Het verhaal gaat over een koor dat een nieuwe productie wil maken. De preses (Marlies Meijer) zegt dat ze een sponsor heeft en iedereen gaat enthousiast aan de slag. Maar hoofdrolspeelster Elly (Eveline Leunessen) heeft een partner die zijn handen niet thuis kan houden, Bep (Tonny van der Beesen) heeft kanker, en productieleider Sjarel (Coen ottenheijm) en koorlid Miel (Hans Bollema) en Sjanet (Patricia Jaspers) helpen met hun jaloezie en cynisme de zaak niet. Wanneer de Servaaskerk van kapelaan Mattie (Egidius Pluijmen) in vuur opgaat is de verslagenheid groot, maar iedereen begrijpt: het is nu of nooit. De basis staat als een huis. Offenbachs muziek is prachtig. Dirigent Ben Perry slaagt er moeiteloos is dit gelegenheidsorkest te laten klinken als een hecht geheel. Het orkest overstemt de zangers nergens en houdt het tempo er stevig in. Het koor klinkt krachtig, de mannenstemmen hebben duidelijk versterking gekregen. Het verhaal bevreemdt in eerste instantie, soms is de muziek niet helemaal te rijmen met de dramatische gebeurtenissen. En soms hebben de liedteksten een wat gezocht karakter. Maar zeker in de tweede helft is het geheel meeslepend en groots. Eveline Leunessen en Tonny van der Beesen dragen deze operette. En hoe! Ze zingen prachtig, altijd zuiver, zelfs in de hoogste regionen van het stembereik. Het koor laat zich van zijn beste kant zien en kan in de vele ensemblestukken overdonderen. 't Kerreljong van Sint servaoskèrk heeft de potentie een echter meezinger te worden. Bij opera is het heel gewoon dat een regisseur een nieuwe interpretatie geeft die een brug slaat naar de moderne tijd. De Mestreechter Operètte vereingiing doet dat niet alleen qua uiterlijk, maar gaat de Maastrichtse diepte in.

Het was verpletterend.

Nog te zien: 29 en 30 april en 1 mei

PAUL WEELEN





't Meideke vaan Medam André

Op de site van Maastricht Gezien kunt u de recensie en foto's van de premièrevoorstelling op vrijdag 25 april jl. bekijken, zie hiervoor de volgende link of type bij "zoeken": 't Meideke vaan medam André

http://maastricht.gezien.nl/nieuws/t-meideke-vaan-medam-andre-beeld.html

 

 

Recensie uit Dagblad De Limburger van woensdag, 7 mei 2014

 

't Meideke vaan medam André

Staande ovatie voor MOV

Hoewel het repertoire van operette en opera comique heel uitgebreid is, is het niet altijd gemakkelijk om een stuk te vinden dat naar Maastricht te vertalen is, voor de MOV geschikt is en een betaalbare productie mogelijk maakt. Met 't Meideke vaan medam André van de Franse componist Charles Lecocq is de MOV daar in elk geval weer in geslaagd. Tekstbewerker Phil Dumoulin maakte er een heel smeuïge interpretatie van. Regisseur Cees Rullens liet het geheel er goed uitzien en dat is niet eenvoudig bij een stuk van 150 jaar oud. Het publiek kreeg een ouderwetse avond Mestreechs amusement en wist dat met een staande ovatie te waarderen.

Lizette (Benthe Groenendal) is door het gezamenlijke marktvolk geadopteerd. Ze wordt uigehuwelijkt aan Huiveneers, de saaie kapper (Hans Bollema), maar is stiekem verliefd op opstandige zanger Feron (Denis Florack). Door vlak voor het huwelijk een lied van hem te zingen, wordt ze gearrresteerd en komt in aanraking met madame Delamarre (Eveline Leunessen). Dat blijkt een vroegere vriendin en samen zorgen ze ervoor dat ook bankier Deebats (Coen Ottenheym) en de commissaris (Jeffrey Hendriks) bijdraaien.

De muziek van Lecocq is tamelijk hoekig. Zelfs een wals komt er bijna vierkant uit. Maar het orkest van conservatoriumstudenten onder leiding van Ben Perry speelt de sterren van de hemel. Dat zorgt voor een stevige basis voor koor en solisten. Ook de solisten doen het uitstekend. Vooral Eveline Leunessen en Denis Florack weten de hoge noten feilloos te raken. En er zijn enkele juweeltjes van duetten en kwintetten. Het decor verdient een aparte vermelding. Het is constant in beweging en brengt veel variatie in de scènes. Ook de kostuums passen in tijd en plaats. Het ziet er allemaal even kleurig uit. Is er dan niets dat stoorde? Jawel: het stuk zelf. Misschien toch van een te kleine componist met weinig memorablele melodieën die de tand des tijds weten te doorstaan. Bovendien: is er  dan nooit eens een stuk dat iets anders brengt dan die nostalgie naar iets dat nooit heeft bestaan? Daar had deze zeer brave regie van Cees Rullens misschien wat verandering in kunnen brengen. Mooie plaatjes en leuke details, maar weinig zeggingskracht.

Nog te zien op 16, 17 en 18 mei.

PAUL WEELEN

 

 

Recensie uit Dagblad de Limburger van zaterdag, 14 april 2012

Trijn de Begijn

Mestreechter Operètte Vereiniging overtreft zichzelf

In een tot de nok gevuld theater ging de nieuwe productie van het jubilerende Trijn de Begijn van Meister Olterdissen in première. De kemikken opera in eenregie van Egied Cratsborn en Tjeerd Vang kreeg een ovationeel applaus. Familie Vaan Kriekelezaank (Coen Ottenheym, José van den Bragt, Jeffrey Hendriks en Vera Ottenheym) is ten einde raad. Moeder kan niet meer praten en niet meer lopen.Op zoek naar genezing komen ze bij Trijn de Begijn (Antonia van der Beesen) die hen aanraadt op reis te gaan naar Bechuanaland, maar door vijandige buren wordt gedwongen mee te reizen. In Afrika krijgt Trijn haar eerste huwelijksaanzoek van Katchimboe (Twajn Weijenberg) en in Lapland het tweede van Knud (Hans Bollema). Dat eindigt in een duel, waarbij een vliegenier (Emiel Huijts) verlossing komt brengen, de moeder weer gezond wordt en ze allemaal terug kunnen keren naar Maastricht: aanleiding om de stad te bezingen en het lied dat uitgroeidetot officiële hymne minimaal mee te neuriën. De productie is groots opgezet: grote decors met veel wisselingen, prachtige kostuums en een op dreef zijnd orkest, onder leiding van Ben Perry, dat een krachtig fundament legt voor de niet-onfeilbare zangers en koor. Het acteerwerk is overtuigend. De spelers staan allemaal stevig in de schoenen en laten zich niet door een onverwacht tussenapplaus of een late inzet van de wijs brengen.De honderdjarige is helaas een honderdjarige. Dat betekent lange, bijna bewegingloze scènes. Gelukkig wordt daarin de ene bekende melodie na de andere gezongen met grappige toespelingen op politiek en publieke figuren. De tekst is zeker bijzonder. De taalvaardigheid van Fons Olterdissen eerst en Huub Noten samen met Phil Dumoulindie de latere aanpassingen deden, is groot en het stuk is zeker een monument voor het Maastrichts.Maar de ironie van het origineel gaat een beetje verloren.Wanneer op de tonen van ‘Waar in ’t bronsgroen eikenhout’ wordt gezongendat genezing in Bechuanaland kan worden gevonden, dan betekent dat iets. Dat lied was in 1912 trouwens ook pas drie jaar oud! In die context zou het Maastrichts volkslied misschien ook wel een wat andere betekenis kunnen krijgen. De uitvoering van nu is in elk geval heel lief en wordt heel serieus en uit volle borst gezongen. Een zeer waardige ode aan het Maastrichts, de traditie en het volkslied. MOV heeft zichzelf overtroffen.

PAUL WEELEN

 

Geplaatst op 14 April 2012 door Maastricht Aktueel

Maastricht geniet na 100 jaar nog steeds van Trijn de Begijn

Fons Olterdissen’ evergreen na een eeuw nog steeds geliefd. Hoogtepunt: een juweeltje van een nieuw arrangement Maastrichts volkslied door Ron Cuijpers

Phil Dumoulin zei het verleden week op de Algemene Begraafplaats van Maastricht aan de Tongerseweg. Het verhaal van Trijn de Begijn rammelt van alle kanten. Artistiek geen hoogvlieger. Toch blijft Trijn de Begijn voor vele Maastrichtenaren een muzikaal theaterstuk dat niet gemist mag worden. Dat bewees de Mestreechter Operètte Vereiniging vrijdagavond tijdens de première van de negende uitvoeringsreeks van het stuk dat door Fons Olterdissen in 1912 voor het eerst in de toenmalige schouwburg de Bonbonnière werd uitgevoerd. De uitvoering 2012 leverde een staande ovatie op. Voor de objectieve toeschouwers wellicht iets te veel en te lang applaus. Voor de rechtgeaarde Maastrichtenaar, inclusief burgemeester Onno Hoes en partner Albert Verlinde, niet meer dan terecht.

Laten we er niet omheen draaien. Tijdens het eerste deel van Trijn de Begijn ga je niet meteen op het puntje van je stoel zitten.

Voor een kemikken opera valt er niet zo gek veel te lachen het eerste kwartier. Daarna wordt het alleen maar beter. Vooral het gedeelte na de pauze levert het publiek veel plezier op. De Mestreechter Operètte Vereniging mag gruuts zijn op haar decorbouwers en kostuumploeg. Trijn is een kleurrijk gebeuren. Het orkest onder leiding van Ben Perry speelde solide en zorgde voor een mooie klank van de arrangementen van Ron Cuijpers. Zonder anderen te kort te willen doen krijgt de arrangeur van Trijn de Begijn 2012 een extra pluim van Maastricht Aktueel. Zijn werk in het algemeen leverde het publiek veel muzikaal plezier op. In het bijzonder echter leverde hij een topprestatie door een compleet nieuw arrangement te schrijven voor Hoera Vivat Mestreech! Het nu 100 jarige Maastrichtse volkslied gaf hij een prachtige metamorfose. Na afloop was iedereen het daar wel over eens: een sjevraoje versie van Guus Olterdissen’s compositie dat zijn weerga niet kent. Overigens prachtig vertolkt door het koor van MOV. Absoluut waard om voor eeuwig vast te leggen door een studio-opname. Indien Maastricht Aktueel goed is geïnformeerd wordt deze versie op 30 april – tijdens een speciale feestelijke bijeenkomst in het Stadhuis - ten gehore gebracht voor de mensen die eerder die week een lintje van Hare Majesteit de Koningin hebben ontvangen. Een prima geste!

Het verhaal is genoegzaam bekend. Notarisvrouw Mina Vaan Kriekelenzaank heeft haar gebit voor onderhoud naar een tandarts in Luik gebracht. De vrouw kan zonder de prothese niet spreken en haar gezin is ten einde raad. In die tijd kom je dan terecht bij waarzegster Trijn de Begijn. Een ouwe vrijster die kaarten leest. Zij komt tot de conclusie dat de enige redding een reis naar Bechuanaland is. Daar groeit de klie (klaver) die haar weer aan de praat moet krijgen. Met veel fantasie en een liefdesaffaire tussen Trijn en Koning Katchimboe komt het gezelschap naar de poos (pauze) terecht in Lapland. Van alles gebeurt behalve Mina haar stem terug te geven. Weer terug in Maastricht komt haar gebit zo ongeveer letterlijk uit de lucht gevallen. Een vliegenier brengt weer leven in de notarisvrouw.

 

 

logo_operette_def.jpg

Trijn de Begijn 2012

't Meideke vaan Medam André 2014   

De geis vaan Mestreech 2016 

Alle rechten voorbehouden Mestreechter Operette Vereinging Deze site is ontwikkeld door Websignaal